Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Licht in het donker van de nacht: Overweging bij Handelingen 9: 1-20

Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?” Hij vroeg: “Wie bent u, Heer?” Het antwoord was: “Ik ben Jezus, degene die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, en daar zal je gezegd worden wat je moet doen.” (verzen 3-6)

Het licht dat ik zie is niet aan de ruimte gebonden. Het is veel helderder dan een wolk, die de zon in zich draagt… In dit licht zie ik soms, maar niet vaak, een ander licht, dat levendig licht wordt genoemd. Zo klinkt het in een brief van Hildegard von Bingen uit 1175. Het beeld van het licht overheerst. Het is een vrolijk en positief beeld.

Mijn gevoel is echter op de eerste plaats een schrik. Ik zie een mens voor me die instort. Voor wie niets meer hetzelfde is als daarvoor. Een doodlopende weg. Ik zie een man voor me, die altijd wist hoe het zat. Die helder kon onderscheiden tussen goed en fout. En ineens lijkt alles anders te zijn. Hij heeft gefaald met zijn totaalengagement, met zijn religieus fanatisme. Het kost wat moeite om het lichtbeeld van de zachte, liefhebbende en lijdende Jezus samen te brengen met deze aanpakkende en op de grond gooiende Christus. Mag God zo zijn? Mag God een mens zo in het stof werpen? Mag God zo ingrijpen in de vrijheid van een mens? Hoe past deze God bij mijn godsbeeld. (U zult geen beelden maken…) Wie is mijn God?

En toch lijkt juist dit beeld de leegte te vullen, die een al te vreedzame en zachte voorstelling achterlaat. Ineens lijkt deze Christus mij veel meer te kunnen zeggen, juist op de momenten, dat ik niet verder weet, dat ik zelf aan het eind van een doodlopende weg ben beland. Deze God laat Saul in een diepe crisis storten. De zo perfect zelf geplande weg van Saul vindt zijn einde plotseling in een doodlopende weg. Alles leek mogelijk en maakbaar en ineens blijft er niets meer van over. Voorbij.

Wat is dat voor een God, die iemand zo op de grond gooit? En tegelijk: wat kan er niet allemaal gebeuren ... op dit soort momenten – juist op dit soort momenten.

De crisis in het eigen leven pakt uit als een kans om te veranderen. Want in de vraag, wat er tot nu toe gebeurde, wat ik tot nu toe heb gedaan, wie ik was en wilde zijn, in deze vragen ligt vaak ook de kern voor de volgende vraag: wie wil ik eigenlijk zijn. En daarbij ook de vraag, wat er dan wellicht moet veranderen.

Waar eerder geen vragen werden gesteld, daar doen zich nieuwe mogelijkheden voor. Het blijkt nodig om eerst de eigen weg als doodlopende weg te aanvaarden. Wanneer ik mijn blindheid erken, dan hoef ik niet verder een verkeerde kant op te lopen, maar dan word ik uitgedaagd om ondersteuning te zoeken. In het donker de hand en begeleiding van anderen aannemen, dat is een belangrijke stap uit het donker. De verdere dingen komen dan wel: ‘…daar zal je gezegd worden wat je moet doen’.

En er gebeuren bijzondere dingen. Er vindt een echte ontmoeting tussen mensen plaats. ‘Hij legde Saul de handen op, terwijl hij zei: “Saul, broeder!”…’ Wat een ontmoeting. Hier ontmoeten twee mensen elkaar op ooghoogte. Gelijkwaardig. En tegelijk is het een ontmoeting met de Heer: ‘ik ben gezonden door de Heer, door Jezus…’

En dan is er werkelijk ruimte voor licht.

Was deze informatie zinvol?
We hebben je feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)