Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud

Motivatie en veerkracht in Bijbels perspectief

Hoe pakken we als kerken de draad weer op na ruim een jaar corona? Willen we terug naar het oude of is er inmiddels iets nieuw begonnen? De begrippen ‘motivatie’ en ‘veerkracht’ kunnen helpen om in de kerkelijke context van een geloofsgemeenschap met de coronacrisis om te gaan. 

De woorden ‘motivatie’ en ‘veerkracht’ behoren tot het hulpverleningsjargon. Voor wie het even niet ziet zitten, voor wie vastgelopen is in zijn of haar werk of met een burn-out worstelt, staan motivatiecoaches klaar om je weer op de been te helpen. Ze laten je nadenken over wat jou ten diepste beweegt en waar jij de kracht vandaan haalt om weer door te gaan. Het begrip ‘veerkracht’ is zelfs een modewoord geworden. Als je erop gaat letten, kom je het overal tegen. Veerkracht is de capaciteit om na een crisis weer terug te keren op het oude niveau. Het heeft te maken met emotionele buigzaamheid, een soort geestelijke souplesse.

In coronatijden zijn deze begrippen alleen maar belangrijker geworden. Iedereen in onze samenleving ervaart de gevolgen van de coronacrisis, iedereen uiteraard verschillend. Een gedeelde ervaring is dat vanzelfsprekendheden moesten worden losgelaten. Vertrouwde routines werden doorbroken. Op individueel niveau, in thuis- of werksituatie, in gemeenschappen en organisaties, en ook in de kerkelijke context waartoe we ons in dit artikel beperken.

De begrippen ‘motivatie’ en ‘veerkracht’ kunnen helpen om in de kerkelijke context van een geloofsgemeenschap met de coronacrisis om te gaan. Beide begrippen krijgen meer diepgang als we ze theologisch inkleuren. Op die manier wordt duidelijk dat motivatie en veerkracht, hoewel moderne begrippen, teruggrijpen op oude spirituele waarden die wortelen in het oerverhaal van de christelijke traditie.

Een bijbels perspectief

In het hart van het christelijk geloof staat de paaservaring. Ieder jaar vieren we het feest van het Leven, of beter gezegd: van de Levende. Het liturgisch jaar plooit zich om het paasfeest. Iedere zondag is een herinnering aan de dag van de opstanding. Met Pasen houden we een geestelijke ervaring levend: het geloof dat het leven sterker is dan de dood. Daar gaat een sterke motiverende kracht van uit. En opstanding, leven uit de dood, zou je het voorbeeld bij uitstek van veerkracht kunnen noemen.

In de evangeliën, die ons over het leven, sterven en verrijzen van Jezus berichten, is het opvallend dat het paasgebeuren nergens als een historisch feit wordt verteld. Wat we lezen zijn verhalen over de ervaringen van de vrouwen bij het graf en van de leerlingen die de verrezen Jezus bij verschillende gelegenheden ontmoeten. Het is de moeite waard om die verhalen wat nader te bestuderen. Ze leveren bouwstenen op voor wat motivatie en veerkracht kunnen betekenen in onze context.

Verschijningsverhalen in de evangeliën

Zoals bekend zijn er vier evangeliën met ieder een eigen kleur en klank. Die van Matteüs, Marcus en Lucas hebben een groot aantal verhalen gezamenlijk, soms met kleine verschillen. Het evangelie van Johannes is anders. De evangeliën vertellen tamelijk uitvoerig het lijdensverhaal van Jezus’ arrestatie, veroordeling en kruisiging. En over het lege graf op paasmorgen. Opvallend is dat waar het gaat over het leven van Jezus de overeenkomsten in het oog springen, maar bij de verhalen over Jezus na Pasen de verschillen domineren. Geen van de zogenaamde verschijningsverhalen is dezelfde. We slaan de vier evangeliën erop na.

Marcus

Het oudste evangelie, dat van Marcus, stopt abrupt met de vrouwen die in angst en beven wegvluchten van het lege graf. ‘Ze waren zo geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden’, is de laatste – wat dubbelzinnige – zin in het evangelie (Marcus 16:8). Dubbelzinnig, want ondertussen staat het allemaal wel geboekstaafd en spreekt de boodschap daardoor des te luider. In de meeste bijbels gaat de tekst nog even door, maar het gedeelte Marcus 16:9-20 ontbreekt in de oudste handschriften en wordt algemeen gezien als een latere toevoeging, samengesteld op basis van fragmenten ontleend aan de andere evangeliën. Dat betekent dat in het oudste evangelie geen verschijningsverhaal voorkomt. Misschien is dat de verklaring voor het feit dat de twee andere synoptische evangeliën hier eigen materiaal hebben. Ze konden niet teruggrijpen op het voorbeeld van Marcus. In ieder geval, het is opvallend dat ze onafhankelijk van elkaar eigen verhalen overleveren.

Matteüs

Bij Matteüs ontbiedt Jezus Zijn leerlingen op de berg. De berg speelt in dit evangelie op cruciale momenten een belangrijke rol. Hier gaat het om de berg ‘waarop Jezus hen had onderricht’, dezelfde locatie als van de Bergrede aan het begin van het evangelie. Zo ontstaat er een mooie inclusie (insluiting) die het evangelie structuur geeft. Op deze berg zendt Jezus Zijn leerlingen de wereld in – het zogenaamde zendingsbevel – en zegt Hij hen Zijn blijvende aanwezigheid toe. Zo eindigt Matteüs met de bemoedigende woorden: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:20)

Lucas

In het evangelie van Lucas vinden we meer verschijningsverhalen, die op verschillende locaties spelen. Lucas vertelt van de twee Emmaüsgangers die teleurgesteld terugkeren uit Jeruzalem als zich een derde bij hen voegt. Dit blijkt de opgestane Jezus te zijn, die ze pas herkennen als ze Hem bij hen thuis hebben uitgenodigd voor de avondmaaltijd. Bij het breken van het brood is er de herkenning, maar op hetzelfde moment is de mysterieuze gast ook weer verdwenen (Lucas 24:13-35). De twee leerlingen uit Emmaüs keren terug naar de anderen in Jeruzalem. Daarna vertelt Lucas hoe Jezus zich bij hen voegt en Zijn leerlingen groet met vrede en uitnodigt om Hem goed te bekijken. Hij eet met hen een stuk geroosterde vis. Allemaal bedoeld om hen ervan te overtuigen dat Hij waarlijk is opgestaan (Lucas 24:36vv). Vervolgens neemt Jezus de leerlingen mee de stad uit naar Betanië, waar Hij hen zegent (Lucas 24:51).

Johannes

Ook bij Johannes zijn er meer verschijningsverhalen te vinden. Ook hier geldt dat het andere verhalen zijn dan die bij de overige evangelisten te vinden zijn. De eerste verschijning van de levende Heer is al op paasmorgen zelf, aan Maria uit Magdala, die naar het graf is gekomen maar dit rotsgraf open en leeg aantreft. Door haar tranen heen denkt ze de tuinman te zien, maar het blijkt Jezus zelf te zijn, die de bekende woorden spreekt: ‘Houd me niet vast.’ (Johannes 20:17) Daarna verschijnt Jezus aan de andere leerlingen, die in een huis verblijven waarvan ze de deuren en luiken angstvallig gesloten houden. Jezus komt desondanks binnen, groet hen met vrede en toont hen Zijn wonden. Datzelfde wordt een week later herhaald, maar nu is Tomas erbij die de eerste keer ontbrak en had verklaard pas te kunnen geloven als hij het met eigen ogen had gezien. Het bekende verhaal van de ‘ongelovige’ Tomas – al kun je over die kwalificatie twisten – vinden we alleen in het evangelie van Johannes (Johannes 20:24-29). Dat geldt ook voor het derde verschijningsverhaal, als Jezus de leerlingen tegemoetkomt langs de oever van het meer waar de leerlingen een nacht lang tevergeefs hebben gevist. Hij eet met hen een vis die op een kolenvuurtje is gerookt. Daarna volgt het gesprek met Petrus die drie keer wordt gevraagd of hij Jezus liefheeft. Drie keer wordt zo de drievoudige verloochening van Petrus rechtgezet. Petrus krijgt de opdracht om de schapen te hoeden, met andere woorden: hij krijgt de leiding over de gemeente opgedragen (Johannes 21:15-19).

Verruimende ervaringen

Elk van deze verschijningsverhalen bevat veel meer aspecten dan hier kunnen worden genoemd. Het zijn stuk voor stuk rijke verhalen die, zoals alle bijbelverhalen, op verschillende manier aan kunnen spreken.
Waar het hier om gaat, is dat in deze verschillende verschijningsverhalen verschillende aspecten aan de orde zijn die een verdieping geven aan de begrippen motivatie en veerkracht. Het is inspirerend om te zien hoe de leerlingen niet opgeven na de dramatische dood van hun Meester. Vanuit de diepst denkbare crisis ontwikkelen ze een tegenbeweging. Ze trekken zich aan elkaar op en hervinden de motivatie om door te gaan met wat Jezus is begonnen. Die motivatie en veerkracht ontvangen ze in nieuwe, verruimende ervaringen – dat is de betekenis dat Jezus aan hen verschijnt; maar je kunt met evenveel recht ook zeggen: het zijn ervaringen die ze maken. Dat is de wisselwerking die essentieel is. Je kunt alleen maar motivatie en veerkracht ontwikkelen als je ervoor openstaat en er zelf aan bijdraagt. De parallel in de verschijningsverhalen is dat Jezus alleen verschijnt aan wie al in Hem geloven. Hij verschijnt aan Maria, aan de leerlingen, en niet aan de machthebbers van tempel en staat die Hem hebben veroordeeld.
Zo resoneren de verschijningen met de eerder opgedane ervaringen van de leerlingen. Zij herkennen Jezus omdat zij Hem al kennen. We zien hoe Tomas (‘Mijn Heer, mijn God’, Johannes 20:28) en de Emmaüsgangers (‘Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem’, Lucas 24:31a) pas weer in beweging komen wanneer zij hun Heer herkennen. Door deze resonantie doen de leerlingen motivatie en veerkracht op. 

Versterkende elementen

We kunnen op basis van de verschijningsverhalen een aantal elementen noemen die motivatie en veerkracht verder invullen.

Bemoediging

Op de berg bemoedigt Jezus Zijn leerlingen. Hij verzekert ons dat Hij met ons is. In die toezegging klinkt de godsnaam door, Ik ben er voor jou. We staan er niet alleen voor. Dat is de kracht van de (kerkelijke) gemeenschap, verbonden in en door de Levende. Het is opvallend dat de leerlingen samen zijn gekomen. Ze vallen in aanbidding neer, al staat er ook bij dat sommigen twijfelen. Dat laatste maakt het menselijk. 

Het bemoedigende zit ook in de keren dat Jezus in de kring van de leerlingen verschijnt met de vredeswens. Hij zegent de leerlingen. Vrede en zegen zijn geladen woorden. Ze klinken in de gemeenschap, in de liturgie. Het zijn woorden die je op kunnen tillen en op een bijzondere manier kracht kunnen geven.

Gemeenschap en liturgie

De eigen kracht van de gemeenschap en de liturgie is een element dat naar voren springt in het rijke verhaal van de Emmaüsgangers. Onderweg wordt Jezus niet herkend. Hij geeft dan als het ware catechisatie. De hele Schrift wordt doorlopen, maar het kwartje van de herkenning valt nog niet. Dat is pas aan de orde bij het breken van het brood. Het symbool van het ritueel is kennelijk krachtiger dan het Woord. Dat zou protestanten te denken mogen geven …
Opvallend in dit verhaal is dat de bijzondere gast op een even mysterieuze manier verdwijnt als Hij gekomen is. Het lijkt een echo van dat andere verhaal, bij het graf in de tuin: ‘Houd me niet vast …’

Een verbindend element in alle verschijningsverhalen is het belang van de gemeenschap.  Ontmoeting haalt je uit je isolement. De leerlingen uit Emmaüs keren snel terug naar de anderen. Steeds wordt verteld dat de leerlingen bij elkaar zijn gekomen. In het verhaal van Tomas is het belangrijk om te onderstrepen dat hij er aanvankelijk niet bij was, maar de tweede keer wel. Dat roept de gedachte op dat de anderen kennelijk voldoende overtuigingskracht hadden om hem weer in de kring uit te nodigen. In ieder geval, ze hebben hem niet aan zijn lot overgelaten, maar moeite gedaan om hem er weer bij te betrekken.

Herstel van relaties

Hetzelfde zou je van Jezus zelf kunnen zeggen, in het verhaal waarin Hij Petrus vraagt naar zijn liefde voor Hem. De drievoudige verloochening wordt rechtgezet. Petrus krijgt vergeving, al valt dat woord niet, maar de relatie wordt hersteld. Door de vragen van Jezus maakt Petrus een innerlijk genezingsproces door, dat hem bevrijdt van zijn lethargie. Aan het begin van deze scène (Johannes 21:3) zegt hij nog, enigszins gelaten: ‘Ik ga vissen.’ Met andere woorden, ik pak mijn oude leven weer op. Aan het einde zegt Jezus slechts: ‘Volg mij.’ (Johannes 21:19)

Samengevat

Het is duidelijk dat er veel spirituele rijkdommen in deze verschijningsverhalen zitten. Veel meer dan hier kan worden aangeduid. We vatten samen.
In de diepste crisis ontspringt het christelijk geloof aan de ervaring dat het leven en de liefde altijd sterker zijn. Pasen is daar de uitdrukking van. Het gebeuren waar alles om draait.
In de zogenaamde verschijningsverhalen komen we als het ware de innerlijke dynamiek van Pasen op het spoor, hoe Pasen ‘werkt’ en mensen aangespoord worden. 

Ten eerste: de gemeenschap is essentieel. Motivatie en veerkracht, de moed en de kracht om door te gaan, vind je alleen in gedeelde ervaringen. Ook als in deze verhalen individuen naar voren springen, zoals Maria en Petrus, dan zijn altijd de anderen op de achtergrond aanwezig. Het eerste wat Maria doet als ze Jezus heeft herkend, is naar de leerlingen gaan om haar ervaring te delen (Joh. 20:18).

Wanneer de christelijke gemeenschap een levende gemeenschap wil blijven, is het van groot belang dat deze verhalen en persoonlijke geloofservaringen gedeeld blijven worden. Wie niet bekend is met deze verhalen of nooit hoort wat het geloof voor mensen betekent in hun dagelijkse leven, mist ook de mogelijkheid om een verbinding met deze verhalen en ervaringen aan te gaan. Om resonantie mogelijk te maken tussen de Bijbelse verhalen, de geloofservaringen en het geleefde leven zullen we aan al deze drie elementen aandacht moeten schenken.

Tweede element is de bemoediging die ons toegezegd wordt. De Opgestane is telkens sprekend in hun midden. Door het noemen van de naam, door de vredeswens, door de belofte van nabijheid tot aan het einde.

Als derde element wijzen we op de eigen kracht van liturgie en ritueel. Ze hebben een zeggingskracht voorbij de woorden. Het zijn manieren van doen, waarbij de vorige twee elementen van gemeenschap en bemoediging een belangrijke rol spelen. 

Het is wel van belang te onderkennen dat het in alle verschijningsverhalen gaat over de ontmoeting met de gekruisigde Christus. Hij is herkenbaar aan de tekenen van Zijn lijden en sterven (de stigmata). Dat betekent theologisch dat ervaringen van lijden, verdriet, gemis en van twijfel en wanhoop op een bepaalde manier meegenomen worden. We hebben dat niet achter ons, het gaat met ons mee. Zoals de negatieve en problematische ervaringen van de coronaperiode ook met ons meegaan. Dat maakt de motivatie en veerkracht die we ontwikkelen geloofwaardig. Het behoedt ons voor al te gemakkelijk en oppervlakkig triomfalisme.

Motivatie en veerkracht vinden we bij elkaar

Hoe pakken we als kerken de draad weer op na ruim een jaar corona? Willen we weer terug naar het oude, of is er inmiddels iets nieuw begonnen? Waar ligt nu ons verlangen en wat hebben we in de afgelopen tijd niet gemist? 

Moderne leefstijlcoaches helpen je om dat in jezelf te vinden, zoals de mantra’s luiden. Dat is geen onzin. Alles wat eraan bijdraagt dat je een gezond zelfbewustzijn opbouwt en in balans bent met jezelf is welkom. Maar als het dat alleen is, is het te veel gevraagd. 

Het kan nodig zijn relaties te herstellen. Niet iedereen dacht in deze tijd hetzelfde over de crisis en de maatregelen. Die spanningen zullen benoemd en verwerkt moeten worden om samen weer een weg te vinden om verder te gaan. 

Wanneer er straks weer mogelijkheden zijn om samen te komen, is het daarom ook goed om na te gaan wie we uit onze plaatselijke gemeenschap missen. Wat is er met hen gebeurt in de verwarrende tijd die steeds meer achter ons ligt. Wat hebben zij nodig om weer mee te kunnen doen? Hoe kan de gemeenschap wonden helen?

Juist de kracht van de (kerkelijke) gemeenschap kan zijn dat je elkaars motivatie en veerkracht in stand houdt. Als jij even niet mee kunt komen, houden anderen het vuurtje brandende (vgl. Tomas). Als jij even niet meer bidden kunt, gaat het gebed in kerk en liturgie wel door, en bidden anderen voor jou.  

In zo’n gemeenschap is de Levende aanwezig, wordt Hij zelf levend gehouden.

Ds. Bert Altena, predikant in Vries en lid van de meewerkgroep van de Dorpskerkenbeweging

Brochure 'Kerk na corona' 

De coronapandemie heeft het kerkelijk leven flink overhoop gehaald. Kerkdiensten moesten plotseling online worden gevolgd, andere ontmoetingen en activiteiten werden stilgelegd. Langzaam aan kunnen we uitzien naar de tijd ná corona. In de nieuwe brochure ‘Kerk na corona - hef op uw hoofden’ worden handreikingen gegeven bij verschillende momenten van versoepelingen. U kunt de brochure nu gratis aanvragen en direct in uw mailbox ontvangen. 

Was deze informatie zinvol?
We hebben uw feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we uw contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)