Bijna veertigduizend zeeschepen bezoeken per jaar de Nederlandse zeehavens, van Vlissingen tot Eemshaven. Hun bemanningsleden (10-40 per schip) hebben een zwaar leven. Vaak gaat het om Filippino's, Kaap-Verdianen of Oost-Europeanen, die werken om hun familie te onderhouden. Ze hebben gevaarlijk werk en de zorgen thuis zijn vaak groot, terwijl ze zelf maandenlang van huis zijn. In de havens is nauwelijks gelegenheid om te passagieren. De lostijden zijn kort en kapiteins zijn argwanend rondom (drugs)smokkel en contacten op het schip.
Koopvaardijpastoraat
Alle havens hebben zeemanshuizen of ‘centra voor zeevarenden’, waar aandacht aan het ‘zeemanswelzijn’ wordt gegeven vanuit kerken en christelijke organisaties. Zeevarenden kunnen daar zonder woekerprijzen telefoonkaarten kopen, recreëren in een veilige omgeving en desgewenst een pastor spreken. Een pastor helpt ook vaak in acute nood, waar behoefte is aan kleding, bemiddeling in medische zorg of conflicten met een reder. Voor dit koopvaardijpastoraat en welzijnswerk werken kerken en christelijke organisaties samen in de koepelorganisatie Nederlandse Zeevarenden Centrale (NZC).
De landelijke kerk heeft twee koopvaardijpredikanten, die onder de vlag van de NZC werken in de havens van Rotterdam RIjnmond en Amsterdam/IJmuiden.