Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
infopagina

Begroting en jaarrekening

Een gemeente legt verantwoording af over haar financiële beheer aan de eigen leden. Gemeenten zijn zelfstandige rechtspersonen en beheren hun eigen vermogen, zoals de kerkorde bepaalt. Een goed financieel beheer houdt de gemeente toekomstbestendig: het maakt duidelijk wat er kan, en geeft gemeenteleden zicht op waar hun bijdragen aan besteed worden. Dat beheer heeft ook een fiscale kant. Gemeenten en diaconieën vallen onder de ANBI-status van de Protestantse Kerk en hebben daardoor een publicatieplicht.

De kerkenraad dient begroting en jaarrekening in via het Financieel Rapportage en Informatiesysteem (FRIS).

Op deze pagina:

Verantwoordelijkheden van de kerkenraad

Vanuit het beleidsplan van de gemeente stelt de kerkenraad de financiële kaders vast. De kerkenraad bewaakt de financiële gezondheid van gemeente en diaconie, legt daarover verantwoording af aan de gemeenteleden en zorgt dat de gemeente voldoet aan de ANBI-verplichtingen, waaronder tijdige publicatie.

De kerkenraad legt de begroting en de jaarrekening ter inzage aan gemeenteleden en biedt hen de gelegenheid hun mening kenbaar te maken. Zij informeert gemeenteleden regelmatig, rapporteert transparant over de financiële positie, licht financiële keuzes en prioriteiten toe en gaat in gesprek over zorgen die gemeenteleden daarover hebben.

Aandachtspunten voor begroting 2027 en jaarrekening 2026

Kerkrentmeesters en diakenen werken dit najaar aan de begroting 2027 en straks aan de jaarrekening 2026. Het Classicale College voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB) let bij de beoordeling op een aantal punten. Ook verandert vanaf boekjaar 2027 de richtlijn voor de verwerking van verkoopresultaten.

Begroting 2027: indienen vóór 15 december

Begin met de meerjarenraming

De kerkenraad dient de begroting 2027 vóór 15 december 2026 in bij het CCBB. Stel de begroting bij voorkeur op in de meerjarenraming in het Financieel Rapportage en Informatiesysteem (FRIS). Daarin kun je scenario’s naast elkaar zetten en de definitieve versie kopiëren naar de begroting 2027. De meerjarenraming rekent met recente indexcijfers, zodat kostenstijgingen bij ongewijzigd beleid al zichtbaar zijn. Het CCBB krijgt zo een beeld van de komende jaren en je voert niets dubbel in.

Traktementen: gebruik de vastgestelde bedragen

De meerjarenraming rekent de traktementslasten door met een vaste trend. Daardoor valt de bezettingsbijdrage voor 2027 hoger uit dan het bedrag dat de Beheerscommissie centrale kas heeft vastgesteld. Neem in de begroting 2027 de werkelijk vastgestelde traktementslasten op.

Energie ruim begroten

De energiemarkt blijft onrustig. Loopt een energiecontract in 2027 af, raam de energiekosten dan ruim. Heeft de gemeente zonnepanelen, kijk dan ook goed naar de terugleververgoeding: per 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling.

Klopt de ANBI-pagina nog?

Gemeenten en diaconieën met een ANBI-status moeten actuele informatie publiceren. Op de ANBI-pagina van de website horen in elk geval een actueel beleidsplan en het nummer bij de Kamer van Koophandel. De link naar de ANBI-pagina die in FRIS staat en in de ledenregistratie (LRP) is opgegeven, moet rechtstreeks naar die pagina leiden. Controleer daarom of alles klopt.

> Lees meer over de ANBI-status
> Handleiding ANBI-gegevens en automatische koppeling

Nieuwe regel voor verkoopresultaten

Het Generaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (GCBB) heeft in 2026 de Richtlijn Begroting en jaarverslaggeving aangepast. Vanaf boekjaar 2027 verantwoord je de vrijval van de herwaardering en de koersresultaten die bij verkoop gerealiseerd worden via het resultaat. Het rekeningschema 2027 volgt deze wijziging. Voor de jaarrekening 2026 geldt nog de huidige werkwijze.

Jaarrekening 2026: indienen vóór 15 juni 2027

Waardering van vaste activa en beleggingen

Onroerende zaken, behalve kerkgebouwen, waardeer je op basis van de WOZ-waarde. Voor landbouwgronden geldt 60% van de fiscale waarde. FRIS boekt herwaarderingen en koersverschillen als incidentele baten. Voeg ze toe aan de bestemmingsreserves op de balans, zodat ze rechtstreeks in het eigen vermogen terechtkomen. Splits daarbij onroerende zaken en de bijbehorende herwaarderingsreserves in kerkelijke (21.95) en niet-kerkelijke activa (21.94); soms zijn daarvoor overboekingen nodig, in de eigen administratie en in FRIS.

Voorzieningen horen in rubriek 22

Voorzieningen moeten toereikend zijn en gebaseerd op een meerjarenonderhoudsplan. Ze staan in rubriek 22 (voorzieningen) en dus niet in rubriek 21 (bestemmingsreserves). Staan ze in de administratie nog verkeerd, zet ze dan om.

> Onderhoudsvoorziening maken in de begroting, waarom en hoe?
> Handleiding voorzieningen

Leg in het bestuursverslag het vermogensbeleid vast

Voeg bij de jaarrekening een bestuursverslag met een toelichting op de financiële cijfers. Beschrijf ook wat er in 2026 bijzonder was en wat je voor 2027 verwacht. Neem daarnaast een paragraaf op over het vermogensbeleid: waarvoor houdt de gemeente reserves aan en wanneer besteedt ze die? De Belastingdienst heeft de ANBI-regels op dit punt aangescherpt.

Beleggen alleen met goedgekeurd statuut

Elke gemeente, diaconie of protestantse stichting die belegt, heeft een beleggingsstatuut nodig. Stuur het statuut naar het CCBB. Het CCBB beoordeelt of het voldoet aan de Richtlijn Beleggingen van de Protestantse Kerk in Nederland. Het statuut is definitief zodra het CCBB schriftelijk akkoord heeft gegeven aan de (algemene) kerkenraad.

Wie wil beleggen zonder eigen beleggingscommissie of extern beheer, kan kiezen voor de Boaz Beleggingsfondsen. Professionals beheren deze fondsen volgens het beleggingsbeleid van de Protestantse Kerk, en de fondsen voldoen aan de richtlijn. De minimale inleg is € 100.000. Wie hiervoor kiest, gebruikt het model beleggingsstatuut voor de Boaz Beleggingsfondsen.

Baten en lasten apart boeken

Sommige gemeenten verrekenen baten en lasten nog met elkaar, bijvoorbeeld bij horeca, begraafplaatsen, bankkosten en rente. Dat mag sinds de richtlijn van 2019 niet meer. Verrekenen geeft een onvolledig beeld van opbrengsten en kosten, en vaak ook van het rendement.

Eigen begraafplaats: extra overzicht

Gemeenten met een eigen begraafplaats verwerken de cijfers daarvan in FRIS. Voor de beoordeling voegen ze een financieel overzicht van de begraafplaats als bijlage bij de jaarrekening. Een voorbeeldsjabloon en het controleprogramma staan op de website en bij de bijlagen in FRIS; ingevuld laat het sjabloon direct zien welke bedragen waar horen. Uitleg staat in de handleiding en bij de vraagtekens op de schermen in FRIS. De Richtlijn begraafplaatsen is in 2026 herzien en is nu compacter en praktischer.

> Meer over de richtlijn begraafplaatsen

Wat is een begroting?

Een begroting is het financiële plan voor het komende jaar. De verwachte inkomsten, zoals vrijwillige bijdragen, collecten en verhuur, worden hierin afgezet tegen de verwachte uitgaven aan personeel, gebouwen en activiteiten. De begroting is het sturingsinstrument van de kerkenraad voor het komende jaar. De kerkenraad deelt inkomsten en uitgaven in volgens het rekeningschema, onderdeel van de Richtlijn Begroting en jaarverslaggeving Protestantse Kerk in Nederland.

Stap Richttermijn Toelichting
Voorbereiding September–oktober De kerkenraad evalueert de lopende begroting, bespreekt de prioriteiten voor het komende jaar en overlegt met werkgroepen en commissies over hun behoeften.
Conceptbegroting November Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen dienen vóór 1 november hun ontwerpbegroting en ontwerpcollecterooster in bij de kerkenraad. Bij wijzigingswensen overlegt de kerkenraad eerst met het betrokken college; blijft overeenstemming uit, dan bemiddelt het CCBB.
Inzage en vaststelling December De kerkenraad publiceert de begroting in samenvatting en legt haar een week lang in geheel ter inzage voor gemeenteleden. Zij kunnen hun mening kenbaar maken op de manier en binnen de termijn die de kerkenraad vaststelt. Vóór 15 december stelt de kerkenraad de begroting en het collecterooster definitief vast en dient ze in bij het CCBB.
Uitvoering en bijstelling Het jaar daarop De penningmeester rapporteert regelmatig aan de kerkenraad. Rond mei en juni evalueert de kerkenraad de eerste jaarhelft en stelt de begroting zo nodig bij; bij tussentijdse wijzigingen is in bepaalde situaties overleg met het CCBB nodig.

Totaal: circa vier maanden tot de vaststelling in december, gevolgd door doorlopende uitvoering en bijstelling in het jaar erop.

Wat is een jaarrekening?

Een jaarrekening is de verantwoording over het afgelopen jaar. Ze toont de werkelijke baten en lasten, afgezet tegen de begroting, en de financiële positie van de gemeente aan het einde van het boekjaar. De vaststelling van de jaarrekening is tegelijk de goedkeuring van het financiële beheer door de kerkrentmeesters en diakenen.

Stap Richttermijn Toelichting
Opstelling Januari–maart Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen leggen vóór 1 mei hun ontwerpjaarrekening voor aan de kerkenraad. De accountantscontrole of kascommissiecontrole wordt voorbereid.
Controle, inzage en vaststelling April–mei De controle van de financiële administratie krijgt een omvang die past bij de controlecategorie van de gemeente of diaconie. De kerkenraad publiceert de jaarrekening en legt haar een week lang ter inzage voor gemeenteleden. Zij kunnen hun mening kenbaar maken op de manier en binnen de termijn die de kerkenraad vaststelt. De kerkenraad stelt de jaarrekening vast en keurt daarmee het gevoerde beheer van kerkrentmeesters en diakenen goed, tenzij zij een voorbehoud maakt.
Afronding Juni Vóór 15 juni dient de kerkenraad de jaarrekening in bij het CCBB, met het controlerapport dat standaard onderdeel is van FRIS. De kerkenraad archiveert de relevante stukken en evalueert het financiële proces op verbeterpunten.

Totaal: circa zes maanden, van januari tot en met juni.

Zodra de jaarrekening in FRIS is ingediend, berekent het systeem de heffingsgrondslag voor het quotum: de jaarlijkse bijdrage van gemeenten en diaconieën aan het landelijke werk van de kerk. Wat quotum inhoudt en waar de opbrengsten aan besteed worden, staat op de pagina Afdracht & Quotum.

Controle van de jaarrekening

De diepgang van de controle hangt af van het financiële risicoprofiel van de gemeente of diaconie. FRIS bepaalt op basis daarvan een controlecategorie: micro, klein, middelgroot of groot. Bij micro, klein en middelgroot voeren twee financieel deskundigen de controle uit, eventueel uitbesteed aan een accountant-administratieconsulent of registeraccountant; bij de categorie groot is controle door een accountant verplicht. Om te voorkomen dat de controlecategorie jaarlijks wisselt, geldt een vastgestelde categorie minimaal twee boekjaren voordat een wijziging kan ingaan.

Coulance bij herwaardering van vastgoed

Komt een gemeente of diaconie vooral door herwaardering van onroerende zaken, een gestegen boekwaarde of een incidentele bate bij verkoop van vastgoed in een hogere controlecategorie terecht, dan kan het CCBB op grond van aanwijzing GCBB 2026-004 coulance verlenen voor de zwaardere controle die daaruit volgt. Voorwaarde is dat het CCBB de financiële risico's als beheersbaar beoordeelt en dat de controlecommissie van de gemeente of diaconie aantoonbaar over financiële deskundigheid beschikt die vergelijkbaar is met die van een accountant.

De coulance geldt voor maximaal twee boekjaren, waarin de gemeente zich voorbereidt op de reguliere controleverplichting. Het GCBB ontvangt hiervan melding: het CCBB legt de coulance schriftelijk vast en meldt dit aan het GCBB. Deze aanwijzing geldt in afwachting van een herziening van de Richtlijn controlecategorieën.

Risicoclassificatie

Na indiening beoordeelt het CCBB de financiële positie aan de hand van een risicostatus, van A (geen of zeer laag risico) tot D (zeer hoog risico), zoals beschreven in de Richtlijn classificatie voor de beoordeling van begrotingen en jaarrekeningen. Het CCBB bepaalt dit risico op basis van de vrije buffer in verhouding tot de jaarlasten.

Bij status A of B onderneemt het CCBB in beginsel geen actie, al kan het bij status B een meerjarenraming adviseren. Bij status C gaat het CCBB in overleg met de gemeente of diaconie. Bij status D volgt verscherpt toezicht.

Jaarplanning begroting en jaarrekening

  • Het hele jaar door: de begrotingsuitvoering bewaken en tijdig bijsturen.
  • December: de begroting vaststellen.
  • April en mei: de jaarrekening controleren.
  • Mei: verantwoording afleggen aan de gemeente.