Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
infopagina

Wat is diaconaat?

De kern van diaconaat

Jezus Christus vatte de tien geboden pakkend samen: 'Heb de Heer uw God lief met heel uw hart en uw naaste als uzelf.' Het liefhebben en dienen van je naaste, dat is diaconaat. Diaconie betekent ook wel 'dienen aan tafel'. Het drukt uit dat we als volgelingen van Jezus geroepen zijn om elkaar en de wereld te dienen.

Het diaconaat is de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid. In het diaconaat is de kerk solidair met wie lijden in de wereld en geeft zij vorm aan de verwachting van het Rijk van God voor deze wereld. In de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland staat dit verwoord in artikel X, 2: "De gemeente vervult haar diaconale roeping in de kerk en in de wereld door in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid te delen wat haar aan gaven geschonken is, te helpen waar geen helper is en te getuigen van de gerechtigheid van God waar onrecht geschiedt."

Een roeping voor iedereen

Diaconaat is een roeping, een opdracht voor de kerk en voor ieder gemeentelid. Het is ervoor zorgen dat de armen, zieken en eenzamen in de gemeente geholpen worden - maar niet alleen binnen de gemeente, ook daarbuiten. Diaconaat is erop gericht de gemeente te laten functioneren als dienende christelijke gemeenschap.

Diakenen zijn de aanvoerders van het diaconale werk. Je kunt diaconaat zien als het maatschappelijk werk van de kerk. Diakenen staan naast mensen die in de problemen zitten, binnen of buiten de kerk. Denk aan het begeleiden van iemand met schulden, het opzetten van een eetgroep voor mensen die eenzaam zijn, vervoer voor ouderen naar de kerkdienst of aan een klusjesdienst voor mensen in de buurt.

Praktisch en concreet

Vaak wordt diaconaat in een adem met pastoraat genoemd. Met pastoraat bedoelen we de zorg voor het geestelijke welzijn, het geloofsleven - dat is meer het werk van een predikant of ouderling. Een diaken geeft bijstand in fysieke, materiële en sociale noden. Diaconaat is vooral praktisch. Je doet het met je handen, ogen en oren. Je helpt waar dat nodig is en komt op voor de rechten van mensen in de knel.

Dit begint met kijken en luisteren wat er in onze directe omgeving speelt: wat zijn de zorgen? Met wie gaat het goed en wie wordt niet gezien? Wat is nodig? Dit lukt alleen als we de tijd nemen elkaar te leren kennen. Wederkerigheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt: diaconaat gaat net zozeer om ontvangen als om geven.

Barmhartigheid en gerechtigheid

De woorden barmhartigheid en gerechtigheid komen veel voor in teksten over diaconaat. Barmhartigheid betekent goed doen, omdat je meeleeft met anderen. In barmhartigheid gaat het om ruimte scheppen voor de ander en zijn of haar perspectief. Dat vereist oefening, want het is niet makkelijk mensen toe te laten die anders leven dan je zelf gewend bent of goed acht.

Bij gerechtigheid gaat het erom dat er ook iets aan de oorzaak van het kwaad wordt gedaan, dat de structuur ten goede gekeerd wordt. Gerechtigheid ligt in het verlengde van barmhartigheid: je actief inzetten voor de ruimte van een ander. Dus je helpt de armen, maar je kaart tegelijkertijd de problemen aan bij bijvoorbeeld de overheid.

Dienen aan tafel

Het diaconaat is geboren rond de tafel, waar de vroege christenen bij elkaar kwamen om met elkaar het leven van Jezus na te volgen. Dat begint met de viering van het avondmaal in het hart van de kerk, waar we delen in het lijden van Christus én in de overvloed van het Koninkrijk van God. Het breken en delen zetten we voort in ons dagelijks leven.

Samen eten is daarom een goede manier om diaconaat vorm te geven. Eten delen gaat om menselijke warmte, ontmoeting, veiligheid en gerechtigheid. Diakenen verzorgen de collecte in de kerkdienst en dekken de tafel voor het avondmaal. Het geld dat de diakenen ophalen is bedoeld voor diaconaal werk.

Bijbelse grondslag

De dienst van barmhartigheid en gerechtigheid kan zich beroepen op vele Bijbelse teksten. God hoort de schreeuw van Israël dat zwoegt in slavernij, en geeft gehoor aan hun verlangen naar bevrijding. De opdracht om de vreemdeling te verwelkomen gaat terug op deze ervaring: dat God omziet naar wie is verdrukt en vluchten moet.

In de evangeliën stelt Jezus zich in dienst van de kwetsbaarste mensen. In het verhaal van de broden en de vissen laat Hij zien dat het leven goed is als mensen samen delen. Hij treedt keer op keer op ten gunste van mensen die ziek zijn of uitgestoten, die honger hebben of in de gevangenis zitten. In Matteüs 25 identificeert Jezus zich met hen en roept allen die hem willen volgen op om hetzelfde te doen. Dit gaat veel verder dan geld geven in een collectezak voor een goed doel; hier gaat het om optrekken met de minsten in de gemeenschap en je met hen verbinden.