Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde

Protestantse Kerk en de visie op het ambt

Er zijn de afgelopen decennia binnen de Protestantse Kerk veelkleurige, nieuwe gemeenschappen ontstaan met een eigen dynamiek en een diversiteit aan voorgangers. Het aantal kerkelijk werkers en pioniers is toegenomen. Theologisch en arbeidsrechtelijk hebben zij een andere positie dan predikanten. Dat vraagt om een verdere doordenking van en bijgestelde visie op het ambt. Maar over het ambt wordt al langer nagedacht. Een overzicht.

Huidige ambtsdiscussie

De directe aanleiding voor de huidige bezinning op het ambt is tweeërlei. In de eerste plaats de positie van pioniers. In kleine, groeiende pioniersplekken ontstaat soms de vraag naar het toedienen van de doop en het vieren van de maaltijd van de Heer. Pioniers zijn hier meestal niet toe bevoegd. In de tweede plaats de situatie van kerkelijk werkers, die vaak in kleine gemeenten werken. Deze ambtsdiscussie heeft een voorgeschiedenis. Vanuit die geschiedenis denkt de synode na over een ambtsvisie die behulpzaam is voor de toekomst van de kerk. 

2004 en verder: Verschillende praktijken samenbrengen

Al vanaf het begin van het ontstaan van de Protestantse Kerk - 1 mei 2004 - plaatst de generale synode de bezinning rond het ambt van predikant en het beroep van kerkelijk werker op de lijst van prioriteiten. Aanleiding hiervoor is het samenbrengen van verschillende praktijken binnen de voormalige kerkgenootschappen. Aan de orde komen opleidingseisen, nascholing, beroepscompetenties, functieontwikkeling, verantwoordelijkheden, afstemming en samenwerkingsvormen tussen beide beroepsgroepen. 

Een aanzet wordt gegeven in april 2005 met het rapport Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon. Profiel van ambt en beroep van predikant. Beroepsprofiel van de kerkelijk werker. Het rapport focust vooral op de opleiding van predikanten. In de synodevergaderingen die volgen, komt dit onderwerp een aantal keren terug op de agenda.

2006 en verder: Pastor in beweging

In november 2006 wordt het rapport Pastor in beweging in de synode besproken. Aanleiding is de financiële situatie van kleine gemeenten en de positie van kerkelijk werkers, hbo-theologen. Kerkelijk werkers zouden graag de mogelijkheid krijgen om - onder voorwaarden - te mogen preken en de sacramenten (doop en avondmaal) uit te voeren. Kleine gemeenten zouden hier ook bij geholpen zijn, omdat zij beter een kerkelijk werker kunnen betalen dan een predikant.

In het rapport wordt geopperd om te verkennen of het mogelijk is het predikantschap open te stellen voor hbo-theologen. Alleen al de suggestie om dit te verkennen stuit op enorme weerstand in de synode. Het rapport strandt.

Het moderamen van de synode besluit het er niet bij te laten. Er wordt namelijk wel breed erkend dat de positie van kerkelijk werkers verbeterd moet worden én dat de financiële nood hoog is in kleine gemeenten. In april 2007 verschijnt als reactie op Pastor in beweging dan ook het rapport Werken in de wijngaard. Dit rapport verwoordt de positie van predikanten en geeft de visie van de commissie op dit vraagstuk weer. Deze keer stemt de synode wel in. Naar aanleiding van dit rapport wordt besloten een stuurgroep ambtsvisie in te stellen om beleid op dit punt te ontwikkelen. Als richtinggevende punten krijgt de stuurgroep onder meer het volgende mee: 

  • Het ambt van predikant staat alleen open voor degenen met een universitaire theologieopleiding.
  • Hbo-theologen die als kerkelijk werker werkzaam zijn in een gemeente dienen een volwaardige plek te kunnen innemen in de ambtsstructuur van de kerk, zo mogelijk door het dragen van enig ambt.
  • Onderzoek of en zo ja op welke wijze de hbo-theoloog onder strikte (nader te bepalen) voorwaarden kan worden toegelaten tot de bediening van Woord en sacrament.

2008 en verder: Kerkelijk werker niet in het ambt, tenzij

In november 2008 presenteert de stuurgroep 'Werken in de wijngaard' het rapport De wissel voorbij, het spoor en de bielzen. Hierin worden 6 uitdagingen en 12 kernbeslissingen aan de generale synode voorgelegd, o.a. over de positie van hbo-theologen. De uitdagingen rond kerkelijk werkers betreffen onder meer hun plek: als vaste adviseur in principe toegang tot alle vergaderingen van het ambtelijke lichaam, maar niet in het ambt van Woord en sacrament. Als ze het werk doen als van een predikant, kunnen ze als predikant-vicaris worden toegelaten tot het ambt van predikant, onder supervisie, maar zich niet ontwikkelen tot basispredikant, behalve bij het behalen van de academische graad in de theologie.

Na de synodebespreking van dit rapport volgt een intensieve gedachtewisseling met diverse geledingen in het land. Op basis van alle reacties legt de stuurgroep vervolgens in april 2009 de hoofdlijnen van beleid voor aan de synode in het veelomvattende rapport De hand aan de ploeg. De volgende twee punten worden aanvaard als uitgangspunt voor verder onderzoek:

  1. Kerkelijk werkers met een afgeronde hbo-opleiding theologie worden in de bediening gesteld. (...) Zij staan niet in het ambt en kunnen geen preekconsent krijgen. Zij zijn werknemer en hebben als vaste adviseur in principe toegang tot alle vergaderingen van het ambtelijke lichaam dat hem/haar heeft aangesteld. 
  2. Kerkelijk werkers met een afgeronde hbo-opleiding theologie, die gezien de plaatselijke situatie gevraagd worden het werk te doen als van een predikant, kunnen worden toegelaten tot het ambt van predikant. Echter pas nadat een traject van geschiktheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden, en homiletische en liturgische bijscholing is afgerond. Zij werken, staande in het ambt, altijd onder supervisie van een predikant-mentor uit de werkgemeenschap. (...) Deze toelating tot het ambt van predikant geldt voor het leven.

2010 en verder: Kerkelijk wordt ouderling of diaken ‘met een taak’

In april 2010 wordt de discussie opnieuw opgepakt. Bij de synode ligt deze keer de Voortgangsrapportage inzake Plan van aanpak implementatie en uitvoering van synodale besluitvorming met betrekking tot het rapport ‘De hand aan de ploeg’. Deze wordt deels aanvaard. Maar opnieuw ligt de positie van de kerkelijk werkers lastig. De besluitvorming over de nota predikant-vicaris wordt uitgesteld tot de positie van de hbo-theoloog/kerkelijk werker in breder verband bekeken is en er voorstellen liggen voor de hele beroepsgroep van kerkelijk werkers. 

In april 2011 liggen er twee relevante rapporten op tafel. Een rapport over de positie van de hbo-theoloog/kerkelijk werker en een rapport van de Beleidscommissie Predikanten over loopbaanontwikkeling en differentiatie van het predikantschap. Opvallend is dat in het rapport over de hbo-theoloog wordt vermeld dat het rapport ‘De hand aan de ploeg’ geen verder uitgangspunt voor beleid meer is. 

Na een lang gesprek in de synode wordt het rapport over de hbo-theoloog aanvaard. Kerkelijk werkers die minimaal 12 uur per week in dienst zijn, worden bevestigd in het ambt van ouderling of diaken met een bepaalde taak. Gemeenten ‘in een bijzondere situatie’ kunnen kerkelijk werkers met een preekconsent in het ambt van ouderling bevestigen. Zij krijgen - onder supervisie van een predikant - de bevoegdheid om doop en avondmaal te bedienen, de belijdenis van het geloof af te nemen, ambtsdragers te bevestigen, trouwdiensten te leiden en de zegen uit te spreken.

De nota over de loopbaanontwikkeling en differentiatie van het predikantschap haalt het niet. Sterker nog: in de discussie over dit rapport wordt er een motie ingediend waarin verzocht wordt om een duidelijke ambtstheologie van de Protestantse Kerk te formuleren. Deze motie wordt aanvaard. En eigenlijk begint het gesprek daar opnieuw.

2012 en verder: Nadere bezinning op de ambtsvisie

In april 2012 bespreekt de synode de Notitie over de ambtsvisie in de Protestantse Kerk in Nederland en geeft het moderamen de opdracht tot een nadere bezinning op de ambtsvisie. In de vergadering van november 2013 wordt, als voorbereiding op een notitie, een zogenaamd werkpapier Het ambt in discussie voorgelegd en besproken in de vorm van een open discussie. 

Naar aanleiding van de bezoeken aan gemeenten rond dit thema en de discussie in de synodevergadering van november 2013 besluit de stuurgroep om niet een nota te schrijven, maar een aantal brieven met steeds verschillende adressanten. De brieven geven de mogelijkheid in te gaan op ‘actuele uitdagingen van kerk- zijn’. Zij zijn sterk pastoraal van toon. 

2014 en verder: Kerk2025

In april 2014 volgt een ‘bezinnende bespreking over de zeven brieven over het ambt’. Daarna zendt scriba dr. Arjan Plaisier de verschillende gremia in de Protestantse Kerk en de bisschoppenconferentie een brief over het ambt. Hij vraagt de geadresseerden om op de brief te reageren. Met een drietal reacties van de scriba aan de respondenten (geadresseerd aan de kerkenraden, aan de predikanten en een extra brief aan de kerkelijk werkers) komt in september 2015 een einde aan deze briefwisseling en aan de bezinning op het ambt. 

Ondertussen is in 2014 ook het beleidstraject ‘Kerk2025: waar een Woord is, is een weg' gestart. Hierin worden het gesprek over het ambt, en de brieven en reacties die dat opleverde, nadrukkelijk opgenomen. Vanaf dit moment verandert er echt wat. De functie van classispredikant ontstaat in 2018 en er vinden wijzigingen plaats in de positie van de predikant, zoals rond de mobiliteit.

Zo is het voorstel om het mogelijk te maken dat predikanten en gemeente na 12 jaar, met wederzijds goedvinden, afscheid van elkaar kunnen nemen. Tot nu toe kan dat alleen als de predikant een ander beroep aanvaardt of wanneer de kerkenraad een losmakingsprocedure start. In april 2017 de nota 'Naar een cultuur van mobiliteit' die dit mogelijk maakt. Deze in. 

2018 en verder: Mozaïek van kerkplekken

In november 2018 wordt het rapport ‘Tijdelijke aanstellingen voor predikantswerkzaamheden’ aanvaard als uitgangspunt voor het beleid met betrekking tot de (tijdelijke) inzet van predikanten. Er wordt een voorstel gedaan voor een nieuwe structurering en versimpeling van de regimes waarin tijdelijk predikantswerkzaamheden kunnen worden gedaan, en een voorstel voor het introduceren van de ‘’. De kerkelijk werker blijft hier buiten beeld.

In april 2019 bespreekt de synode de nota 'Mozaïek van kerkplekken'. Deze bespreking spitst zich toe op het ambt en de opleiding van voorgangers - predikanten en pioniers - in nieuwe vormen van kerk-zijn. Opnieuw vindt een grote meerderheid dat een bezinning op het ambt vooraf moet gaan aan het nemen van concrete besluiten over de opleiding en het functioneren van voorgangers van nieuwe kerkplekken. Wel wordt mogelijk dat pioniers na een korte opleiding op grond van ordinantie 6-2 preek-en sacramentsbevoegdheid krijgen voor hun pioniersplek.

Een werkgroep gaat aan de slag over vragen rond opleiding, ambt, werkveld en bevoegdheden, en brengt in november 2019 een tussenrapportage uit. Er wordt nu ook aandacht gevraagd voor de positie van kerkelijk werkers die het werk doen van een predikant. Op dat moment wordt ervan uitgegaan dat de definitieve besluitvorming plaatsvindt in de synodevergadering van april 2020. Door de coronapandemie gaat deze vergadering niet door.

2020 en verder: 'Van U is de toekomst'

In de daaropvolgende maanden vinden de synodevergaderingen online plaats. In juni 2020 wordt de visienota 'van U is de toekomst' aanvaard. En in januari 2021 stelt het moderamen - na het peilen van de mening van de synode - het strategisch beleidskader van de dienstenorganisatie vast. Er is veel enthousiasme over de toekomstgerichte beweging die de Protestantse Kerk wil inzetten.

Het gesprek over het ambt is onderdeel van deze beweging. Welke werkers zijn er nodig? Een diversiteit van kerkplekken vraagt om een diversiteit van voorgangers. Naast pioniers zijn nu ook kerkelijk werkers en geestelijk verzorgers expliciet in beeld. De synode bespreekt de gevoelige vragen rond het ambt liever niet online. In juni 2021 is het mogelijk om live te vergaderen en wordt het rapport Geroepen en gezonden besproken. De ambtsvisie zoals verwoord in dat rapport . Tegelijk wordt gevraagd om een nadere verdieping en uitwerking van deze visie en onderzoek naar de situatie van kerkelijk werkers in onze kerk, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dat leidt tot een vervolgopdracht aan zowel moderamen als dienstenorganisatie, waarin is voorzien in zes werkgroepen die in fasen met voorstellen zullen komen. De werkgroep ‘vervolg ambtsvisie' en de werkgroep onderzoek gaan als eerste van start.

In september 2021 de ‘Notitie vervolg rapport ambtsvisie als uitgangspunt voor de verdere uitwerking van het rapport Geroepen en gezonden. Ook wordt besloten dat er naar de positie van kerkelijk werkers plaats moet vinden. Dit onderzoek wordt in de maanden daarna uitgevoerd. In de synodevergadering van april 2022 werden gepresenteerd. In juli 2022 praat de synode verder over de ambtsvisie.

Illustratie: Roel Ottow

Was deze informatie zinvol?
We hebben je feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)