Palestijnse kerkleider Munther Isaac stelde onlangs in de media dat delegaties van westerse kerken wel op bezoek komen, maar niet bereid zijn om te luisteren. Scriba Kees van Ekris legt uit wat de reis naar Israël en Palestina hem heeft geleerd en waarom het volgens hem belangrijk is om het gesprek hierover te veranderen.
Munther Isaac is een van de stemmen uit een lijdende kerk en van een lijdend volk. Ik heb hem hoog. Het was een voorrecht om tijdens onze reis toegelaten te worden tot het innerlijke leven van veel Palestijnse christenen. We hoorden over de ondraaglijke vernederingen, de doden, de woede. Het raakt me om te horen dat er in verschillende media nu het beeld is ontstaan alsof we niet geluisterd hebben. Dat neem ik ter harte. Ik heb Munther Isaac persoonlijk geschreven om dit te zeggen en om sommige dingen uit te leggen. Ik ga dat niet publiekelijk doen.
Discussies in kranten en fitties op social media brengen ons niet verder. Ik kan wel een paar dingen verhelderen. Het is onjuist te suggereren alsof Palestijns leed en onrecht toegedekt worden. Mijn eerste scribabriefVerder lezen
Brief van de scriba - Moed in oktober ging over het onrecht aangedaan aan Palestijnen: over de verwoesting van de infrastructuur van Gaza, de dood van duizenden mensen, de schending van mensenrechten, de assymetrie van de macht. Die werkelijkheid heb ik geprobeerd te beschrijven. Mijn eerste reis was naar Israël en Palestina. Dat was een teken van respect. Tijdens het synodegesprek in onze kerk heb ik verteld over de Westbank, over hoe een systeem in wording is, juridisch en van beton, die Palestijnse bewoners van hun land verdrijft en daarmee een existentiële dreiging vormt voor hun bestaan in het land. Als er serieuze aanwijzingen zijn voor genocidaal geweld in Gaza, en die zijn er, dan is er horror gaande. In politieke en diplomatieke sfeer hebben we dit geagendeerd en dat blijven we doen.
Ik kan nog wel meer noemen, maar dat helpt ons niet verder. Op onze reis door Israël en Palestina hebben we veel stemmen gehoord. We zijn op meerdere plekken geweest en we hebben een diversiteit aan stemmen gehoord. Maar er is een bepaalde uniformiteit in al die stemmen, die ook onze drijfveer zou moeten zijn. Het is het verlangen naar veiligheid en recht. Ik weet niet of de meeste mensen deugen, maar ik weet wel dat de meeste mensen veiligheid willen. We hebben het non-stop gevoeld: de angst. Van een Palestijnse moeder die vertelde dat haar zoon niet meer een rondje in de buurt durft te fietsen, bang om kolonisten tegen te komen die hem mishandelen of vermoorden. De angst van Joodse moeders en dochters over de gevolgen van de opleving van antisemitisme en over de innerlijke demonen die door 7 oktober weer springlevend zijn geworden. Zijn wij veilig in deze wereld?
Voor de goede orde: het gaat me er niet om de verschillende stemmen gelijk te stellen. Het gaat niet om symmetrie. In Gaza en op de Westbank is er militaire, financiële, juridische en technologische asymmetrie, en dat maakt het conflict zo gevaarlijk en dodelijk. Juist daarom moet degene die asymmetrisch veel macht heeft, aangesproken worden op de verantwoordelijkheid die dat geeft. Waar het mij om gaat is dat je iets moet begrijpen van de bestaanservaring van de ander, van de traumatische angst die zorgt voor verharding en geweld. Waarom denk je dat het Rossing Center een programma heeft over ‘Healing Hatred’: omdat we bij de angst en de haat moeten komen om een beweging te maken die het geweld stopt en hopelijk enige toenadering en verandering creëert. Dáár is het om te doen. Dáár is iedereen bij gebaat. De veiligheid van de een heeft te maken met de veiligheid van de ander.
Het pleidooi dat wij van veel stemmen hoorden is juist daarom: change the conversation. Word onderdeel van een andere omgang met elkaar. Het heeft geen zin om onvruchtbare, harde gesprekken te voeren die tot niets leiden dan tot verdere verharding. De mensen die ons deze termen leerden, een Palestijnse en een Joodse vrouw, waren fel op dit punt. Zij proberen een andere plek te creëren, een brave space, waar je als Palestijn (seculier, moslim of christen) en Jood (seculier of religieus) iets opbouwt dat een tegengeluid is. Zij worden door radicale stemmen om hen heen agressief bejegend. Juist zij zeiden tegen ons: ‘Het heeft geen zin om met theologische, ideologische of morele hooivorken klaar te staan om de ander te intimideren en te kleineren.’ Die weg helpt niet om te komen tot wat wij nu moeten doen. Daarom: change the conversation.
Doe iets, hoorde ik vaak, waardoor je juist met de ander, die misschien wel je tegenstander is of je vijand, contact maakt, luistert, argumenteert. Natuurlijk: probeer de ander te overtuigen, doe een appel, word woedend of treurig, maar zonder elkaar komen wij hier niet uit. Zonder elkaar werkt het gif van de haat door. En dat beschadigt iedereen dieper. Dat is een zelfkritische vraag voor iedereen die zich hierover uit: doe ik mee aan de haat? Hoe stop ik de haat?
Zoek naar een weg die hierbovenuit gaat, hoorden we als opdracht. Zonder onrecht te verzwijgen. Natuurlijk niet. In de echte, soms heftige maar steeds oprechte gesprekken die wij gevoerd hebben, zijn alle grote begrippen, en alle grote werkelijkheden achter die begrippen, op tafel geweest: genocide, apartheid, etnische zuivering, de angst dat het Palestijnse christendom verdwijnt, verdreven wordt, antisemitisme, Hamas, Iran, de ander willen vernietigen. Benoem dat allemaal in die macabere diversiteit. In een volwassen conversatie kan dat. De intentie van die conversatie is steeds: recht, veiligheid, gemeenschap, het hervinden van een perspectief om met elkaar te leven.
Er zijn meerdere wegen om aan gerechtigheid te werken. Change the conversation is niet change the subject. Het gaat om gerechtigheid, en om met elkaar leven. Zo veel mensen, op zo veel plekken, zag ik op onze reis, willen daar dagelijks aan werken, op heel verschillende manieren. Ik heb door deze reis een diepere liefde gekregen voor concrete plekken en concrete mensen die, midden in de horror, de harde, weerbarstige weg gaan van het dagelijks zoeken naar recht en vrede in verbinding met elkaar.
Terwijl ik dit schrijf, hoor ik dat het leger van de Verenigde Staten en Israël, Iran hebben aangevallen. Toen wijzelf daar waren, dreigde dat al. De noodtoestand is in Israël uitgeroepen. Dit zal opnieuw veel doen aan het klimaat van de angst. Er zal meer geweld komen, ik vrees in allerlei vormen. Het recht en de veiligheid van gewone mensen staat nog meer op het spel. Ik heb dit geleerd: als geweld toeneemt, heb je netwerken nodig van mensen die elkaar vertrouwen, elkaar informeren, voor elkaar opkomen en voor elkaar bidden. Die weg hebben wij ingezet als kerk en die weg zullen we vervolgen.