Het gebruik van een leesrooster geeft het kerkelijk jaar structuur en zorgt ervoor dat lokale gemeenten op dezelfde zondag dezelfde teksten lezen. Dat versterkt de onderlinge eenheid en samenwerking. Maar er zijn meer argumenten om het leesrooster te gebruiken.
‘De kerk schrijft voor waarover gepreekt moet worden’, of ‘je kunt het gastpredikantenVerder lezen
Gastpredikant niet opleggen om in het beperkte aantal uren dat vergoed wordt over een verplichte tekst te preken’, wordt wel gezegd. Die opmerkingen zijn te begrijpen, maar gaan voorbij aan de waarde van het gebruik van een leesroosterVerder lezen
Oecumenisch leesrooster.
Doorgaande lezing
De Reformatie – die brak met de rooms-katholieke wijze van vieren – legde de nadruk op de dienst van het ‘Woord’. ‘Woord’ moet hier worden opgevat als ‘Christus’, het vleesgeworden Woord, mensgeworden belofte. Met het uitgangspunt van het ‘sola scriptura’ (alleen de Schrift) kwam na verloop van tijd de nadruk eenzijdig op het prediken uit de Schrift te liggen als (enige) hoofdonderdeel van de eredienst. Het kerkelijk jaar deed er niet meer toe zoals voorheen. Wel werd vaak een vorm van lectio continua gebruikt, waarbij door hele bijbelboeken heen gelezen en gepreekt werd, en de psalmen werden op een rij van 1 tot 150 doorgezongen. Maar dat gebeurde ongeacht of het Advent was, zomer, tijd voor Pasen of kerstochtend.
In de 20e eeuw ontstond er in het gereformeerd protestantisme weer opnieuw relatie met de liturgische tijd van het jaar. Het was vooral de oecumenisch georiënteerde Liturgische Beweging die weer terugging naar de verbondenheid met de catholica: rooms- en oud-katholieke liturgische elementen, anglicaanse en lutherse. In die beweging greep men ook terug op leesroosters die al sinds eeuwen en ook wereldwijd verbonden zijn met het kerkelijk jaar.
Willekeur tegengaan
Een belangrijk argument was om ‘willekeur’ tegen te gaan, van predikanten die ieder hun eigen vorm van ‘liturgie’ meebrachten en zelf lezingen kozen. Daartegenover stond het principe dat de liturgie ‘van de gemeente’ was en niet per week van vorm wisselde, afhankelijk van de toevallige gastpredikant. Anders worden vaste vormen en rituelen immers na verloop van tijd amper nog herkend, omdat iedereen het anders doet. Dat maakt de gemeente passief. En dat terwijl de liturgie juist in de gemeente wortelt, niet in het predikantsambt.
Afgezien van herkenbare vaste vormen in de liturgie is het gebruik van leesroosters een manier om zich in een bepaalde ‘objectieve orde’, een voorgegeven werkelijkheid, te voegen. Er zijn eenjarige of driejarige roosters van lezingen die vanouds bij een bepaalde zondag horen. Zodoende maakt een gemeente elk jaar de beweging door de gang van het liturgische jaar heen en bouwt door een herhaalde ervaring een steeds rijker geloof op. Het sluit immers elk jaar weer aan op wat er het jaar ervoor gehoord en beleefd is. In drie jaar loop je steeds dezelfde cirkels langs bijbelverhalen.
Verbondenheid met de oecumene
Het volgen van een leesrooster is dus niet zonder meer een beslissing van een kerk, maar het komt voort uit een bewustwordingsproces van verbondenheid met de kerk van alle eeuwen en plaatsen – óók als er in die kerk door de tijden heen variaties zijn geweest. Men sluit (weer) aan bij de hoofdstroom van de Kerk van alle tijden.
Maar er is nog wat. De kerkdienst is bedoeld om de gelovige kerkgangers spiritueel te voeden, of anders gezegd: om hun geloof op te bouwen (te ‘stichten’). Als je vanuit dat educatieve doel van geloofsopbouw kijkt, dan is het merkwaardig om week aan week kriskras door de Bijbel heen te gaan. Dan zit er veel minder een continue en opbouwende lijn in. Je kunt daartegenin brengen dat de Schriftkeuze door de Geest is geleid en dat daarom de Dienaar des Woords daar een eigen vrijheid in moet houden. Dat is zo. Maar diezelfde Geest heeft ook de traditie van de kerk altijd geïnspireerd. En het ene uitgangspunt sluit het andere niet per definitie uit.
Krimpende kerk
Zeker in een krimpende kerkVerder lezen
Lichter op pad met veel deeltijd predikantsaanstellingen en daardoor veel gastpredikanten in de gemeenten, is de doorgaande lijn van de prediking van week tot week vaak zoek. Het gebruik van een leesrooster ondervangt dat. En vanuit de predikant gezien: zo eenvoudig is het niet om als gast in een gemeente aan te voelen waar de preek de komende zondag over zou moeten gaan. Als je je dan voegt in een gegeven traditie levert dat vaak verrassende inzichten op, omdat de teksten die om de drie jaar terugkeren steeds toegepast kunnen worden op een nieuwe situatie en in een nieuwe tijd. Omgekeerd geredeneerd: als je steeds met nieuwe ogen naar de tekst kijkt, wordt die tekst rijker en leer je hem dieper verstaan.
Te beperkt?
Een kritiekpunt is vaak dat grote delen uit de Bijbel niet meer aan de orde komen. Dat kritiekpunt is terecht, maar toch is er meer ruimte dan het lijkt. Leesroosters bieden lezingen uit het Oude Testament, uit de brieven en uit de evangeliën. Daarbij hoeft niet steeds uit het evangelie gepreekt te worden. Integendeel, het is juist zeer goed mogelijk een tijdje de brieven uit te diepen, of de profeten. Wel is waar dat de doorgaande lijn in de klassieke roosters door de evangeliën bepaald wordt, zij verbinden de zondagen aan elkaar. Daarnaast echter biedt de Raad van Kerken elke negen jaar roosters aan, waarbij er regelmatig een alternatieve lijn wordt aangeboden uit andere bijbelboeken. Volgt men die steeds, dan komt toch een heel groot deel van de Bijbel aan de orde, bekeken vanuit de eenheid van de bijbelboeken zelf.
Beide legitiem
Het gebruik van leesroosters of de vrije tekstkeus is allebei legitiem. Maar beide vertrekken vanuit een ander uitgangspunt en daar ontstaat de verwarring. De gemeenten die leesroosters gebruiken, leggen de nadruk op de ‘objectieve’ voorgegeven orde, een cyclus van waaruit men steeds leeft en gelooft in verbondenheid met de wereldkerk. De gemeenten die de vrije tekstkeus hanteren, laten zich meer leiden door de vrijheid van de Dienaar des Woords en het werken van de Geest daarin. Het laatste laat zich met liedsuggesties vanuit de landelijke kerk wel moeilijker ondersteunen, omdat elke gemeente elke zondag andere bijbelteksten hoort.
De ‘prekenserie’ is overigens van alle tijden, ook in de gereformeerde traditie. Maar die zou dan niet afhankelijk moeten zijn van waar de predikant toevallig theologisch mee bezig is, maar het uitgangspunt voor hoe de gemeente het beste spiritueel gevoed wordt.
Uit de praktijk
“Onbekende teksten leiden vaak tot de beste preken”
“Een leesrooster dient de opbouw van de gemeente. Het heeft niet alleen betrekking op de eredienst, het geeft een bewustwording waar we ons in het jaar bevinden en het dient het geloofsgesprek. Zelf heb ik wat moeite met de eigen keuze van lezingen. Het heeft iets van willekeur. Ook teksten die je misschien zelf niet zou kiezen kunnen heel uitdagend zijn. Het heeft ook iets te maken met discipline voor de voorganger: je preekt over alle verhalen die langskomen, niet alleen over je favoriete. In mijn ervaring leiden onbekende teksten vaak tot de beste preken. Je hoort de verbinding die de voorganger is aangegaan met de woorden in de tekst. Ik heb er zelf nooit last van gehad dat ik door een ‘voorgeschreven’ tekst geen rekening kon houden met wat er speelt in de gemeente of niet kon inspelen op de actualiteit. Ik wist altijd wel een aanknopingspunt te bedenken. Het heeft ook te maken met hoe je preekt, exegetisch of juist homiletisch, in gesprek met de tekst. Ik voel mezelf meer uitgedaagd door een onbekende tekst. Die kan me op verrassende sporen brengen en een horizon voor me openen. Ik pleit dus voor gebruik van een leesrooster. Het oecumenisch leesrooster, een van de meest gebruikte leesroosters in de Protestantse Kerk, heeft nog weer als voordeel dat het in veel kerkgenootschappen gebruikt wordt. Je zou dan eigenlijk kunnen zeggen: 'De kerk leest vandaag …’. Want dat oecumenisch leesrooster is gebaseerd op het driejarige rooster dat in een groot deel van de westerse kerk wordt gebruikt. Dat geeft een gevoel van verbonden zijn met de wereldwijde kerk.”
Emeritus predikant Pieter Endedijk, gaat nog maandelijks voor en was betrokken bij de samenstelling van het oecumenisch leesrooster 2022-2031
“Ik zoek naar wat past bij het karakter van de dienst”
“In mijn gemeente is geen liturgiecommissie die hierin stuurt, ik ben vrij om het leesrooster te volgen of niet. Het geeft een enorme vrijheid om dat niet te doen en te kunnen aansluiten bij wat er in de diensten door het jaar heen gebeurt. We hebben veel afwijkende diensten, vaak themagericht of met een bijzonder karakter. Bij bijvoorbeeld de overstapdienst van groep acht, een doop- of belijdenisdienst zoek ik naar wat past bij de groep en bij het karakter van de dienst. En bij de zes diensten rond ons jaarthema zoek ik een Bijbelse verbinding met dat thema. Als ik het leesrooster moet volgen, wordt de brug toch wat gekunsteld. Ik ben eens in de zomer begonnen met een prekenserie. Dan kun je een thema, een bijbelboek of een Bijbels personage goed uitdiepen. Met het leesrooster kan dat niet. De gemeente reageerde er heel positief op. Ik vind het een rijkdom om het zo te kunnen doen. Ik snap de gedachte van de onderlinge eenheid als alle gemeenten dezelfde teksten lezen op zondag, maar ik hoop dat die eenheid dieper ligt dan het lezen van dezelfde bijbeltekst.”
Arjan Bouman, predikant van de gereformeerde Ontmoetingskerk in Ureterp
“Ik denk dat de preek beter wordt als je de tekst zelf kiest”
“Als predikant kies ik zelf de lezingen. Vaak preek ik wel voor langere tijd uit hetzelfde bijbelboek, maar ik volg geen rooster. Een schilder zal best weleens een portret op bestelling willen maken, maar is waarschijnlijk op zijn best in waar hij zelf voor kiest. Dat geldt voor een predikant ook. Preken schrijven is een creatief proces, en ik denk dat de preek beter wordt als je de tekst zelf kiest. Daarnaast ligt er wat mij betreft in het oecumenisch leesrooster een te groot accent op de evangeliën. Voor mij bestaat de Bijbel uit twee stukken, en het Nieuwe Testament is niet hoger dan het Oude. Achter in het Dienstboek staat een 10-jarig rooster, dat in 10 jaar de hele Bijbel doorgaat. Daar pleit ik voor, ik vind dat je uit de hele Bijbel moet kunnen preken. Volgende maand neem ik afscheid van deze gemeente, ik ben hier dan 12 jaar predikant geweest. Als ik het rooster had gevolgd, had ik bij wijze van spreken elke drie jaar over de bruiloft in Kana gepreekt. Dat vind ik voor de gemeente niet goed. Tot slot vind ik dat je in de preek moet kunnen inspelen op de actualiteit, lokaal of nationaal. Je moet de ruimte hebben om je te laten uitdagen daarop in de preek te reageren.”
Willem Maarten Dekker, predikant van de hervormde gemeente De Morgenster in Waddinxveen
Illustratie: Anita Stoof