Hij staat graag met militairen stil bij de vraag: wat betekent het voor jou dat je dit meemaakt? Krijgsmachtpredikant Tanno Verboom (1971): “We zijn als geestelijk verzorgers geen hulpverleners, we zoeken naar bestaansverheldering. Dat werkt helend.”
- studie Theologie aan de Universiteit van Utrecht
- kerkelijk werker in Hazerswoude-Dorp, vervolgens namens de GZB uitgezonden naar Colombia en Mexico, daarna achtereenvolgens gemeentepredikant in Nieuwendijk (NB) en Gouda, en sinds 2020 krijgsmachtpredikant bij de dienst geestelijke verzorging binnen Defensie
- achtergrond in de Gereformeerde Bond, met openheid voor de evangelische en charismatische beweging
Hoe ervaar je je roeping?
“Ik heb gemerkt dat bij mij roeping ontstaat in relatie met mensen. Een uitspraak van de Franse filosoof Gabriel Marcel is voor mij een motto geworden: ‘Een echte ontmoeting is een gezamenlijke ontdekkingsreis de diepte in.’ Ik ben gericht op echte ontmoeting en zoek altijd naar de dieptedimensie. In de houding om telkens dat avontuur aan te gaan, ervaar ik mijn roeping. Dat beweegt zich op het snijpunt van wie ik ben en wat ik doe. Ik voel me geroepen om een ambassadeur te zijn van Gods genade en vrede. Dat hangt nauw samen met wat ik doe: mensen een luisterend oor bieden zonder met oplossingen te komen.”
Wat heb je nodig om met vrucht en vreugde te werken?
“Ik haal veel voldoening uit momenten van echte verbinding. Tijdens mijn studie heeft mijn leermeester Theo Zweerman me op het spoor gebracht van het denken van Emmanuel Levinas. Levinas zocht naar momenten dat de werkelijkheid openbreekt. Daar heb ik een bepaalde gevoeligheid voor ontwikkeld. Bijvoorbeeld wanneer zich een bepaald inzicht ontvouwt als ik bezig ben met een bijbeltekst en denk: hier gaat het om. Of wanneer ik in een gesprek op een punt kom waarvan ik weet: hier moeten we bij stilstaan. Ik ben verbinding steeds meer gaan waarderen als de kern van mijn werk.”
Hoe zorg je ervoor dat je niet opbrandt?
“Wanneer ik merk dat ik niet meer goed kan ontvangen, weet ik dat ik beter voor mezelf moet zorgen. Bijvoorbeeld wanneer een gesprek me niet echt raakt, of wanneer een boek niet binnenkomt. Binnen deze functie heb ik dat beter leren herkennen dan toen ik gemeentepredikant was. Zelfzorg is gegeven met het militaire bestaan. Dat is voor mij: lezen, hardlopen, koffiedrinken met mijn vrouw op zaterdagochtend. Tot nu toe is dat voldoende gebleken. Ik heb het randje weleens gevoeld, maar ben er gelukkig nog nooit overheen gegaan.”
Welk onderdeel van je werk doe je het liefst?
“Ik presenteer me graag als iemand bij wie je altijd terechtkunt. Om samen stil te staan bij de vraag: wat betekent het voor jou dat je dit meemaakt? We zijn als geestelijk verzorgers geen hulpverleners, we zoeken naar bestaansverheldering. Dat werkt helend.”
Welke scholing heb je het laatst gevolgd?
“Sinds anderhalf jaar ben ik binnen de PThU voor de helft van mijn tijd bezig met een promotieonderzoek naar onze ethische rol als geestelijk verzorgers. Daarin reflecteer ik op die rol binnen Defensie, op de ethische dimensies van het militaire bestaan, zoals geweldsvraagstukken en groepsprocessen die tot morele ontsporingen kunnen leiden. Doel is om te signaleren en te adviseren. Het was een lang gekoesterde wens om zo’n traject aan te gaan, en er kwam een plek beschikbaar binnen de protestantse geestelijke verzorging. Ik hoop dat het geestelijk verzorgers helpt hun ethische rol invulling te geven.”
Zie je in je werk dat Gods Geest aan het werk is?
“Momenten van verbinding, waarop de diepte zich opent, ervaar ik sterk als het werk van de heilige Geest. In Filippenzen 1 staat dat de gemeente mag groeien in inzicht en fijngevoeligheid om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt. Op de momenten waarop inzicht zich ontvouwt, zie ik Gods Geest aan het werk – in een worsteling met een tekst of in een gesprek met iemand.”
Welk boek, welke film of welke podcast raad je collega’s aan?
“Het boek Om de eer van de mens van mijn leermeester Theo Zweerman heeft indruk op mij gemaakt. In het verlengde daarvan ben ik Het menselijk gelaat van Levinas gaan lezen. Zijn essay ‘Eer zonder vlagvertoon’ is een van de meest indrukwekkende dingen die ik gelezen heb. Eindelijk thuis van Henri Nouwen heeft me geholpen om anders te kijken naar pastorale relaties en naar mezelf. Het boek Leven en lot van Vasili Grossman heeft me geholpen om de Russische ziel,en geschiedenis beter te begrijpen. Een onderdeel van mijn werk is het volgen van geopolitieke ontwikkelingen en alert te zijn op het dehumaniseren van de tegenstander. We moeten ervoor waken alle Russen over één kam scheren, ook Russische jongens sneuvelen massaal in de loopgraven. Dat betekent niet dat we niet militair moeten handelen. Maar, zoals Levinas zegt: we mogen het nooit met een gerust geweten doen."
Is er een bijbeltekst die met je meegaat?
“Filippenzen 1:6 spreekt me erg aan. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voortzetten tot het voltooid is op de dag van Christus Jezus.’ Deze tekst kregen we mee bij ons vertrek uit Mexico van een bevriend Mexicaans predikant.”
Wat hoop je voor de toekomst van de kerk?
“Het klinkt misschien wat cliché, maar ik hoop dat we geloof, hoop en liefde belichamen in deze wereld. Dat we met woorden en daden laten zien dat niets zo goed is als leven in het licht van God, dicht bij Hem. Ik zie de kerk als een oefenplaats waar we ons trainen om daarop gericht te staan in het leven van elke dag. Daar geven we onze roeping handen en voeten, in navolging van Christus.”