Met steun van fonds Kerk en Wereld onderzoekt het onderzoeksproject Grond wat christelijk geloof betekent voor de omgang met de grond onder onze voeten. Theologie, praktijk en beleid worden verbonden rond vragen van bezit, zorg en toekomst.
Hoewel grond essentieel is voor landbouw, wonen en samenleven, blijkt zij in kerk en theologie vaak een blinde vlek. Sinds 2023 onderzoekt de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) hoe geloof en de omgang met grond zich in Nederland tot elkaar verhouden.
Religieuze overtuigingen zelden leidend
De urgentie van het project is groot: landbouwgronden raken uitgeput, biodiversiteit neemt af en de kwaliteit van de bodem staat onder druk. Toch blijkt uit het onderzoek dat religieuze overtuigingen in concrete keuzes rondom grond nauwelijks een rol spelen. Ze geven wel richting, maar alleen als ze mee mogen doen. En dat mogen ze vaak niet. “Veel christenen belijden dat de aarde van God is”, zegt projectmanager Marileen Steyn, “maar in de concrete omgang met grond winnen economische en juridische belangen het bijna altijd.”
Grondvergetelheid
In het rapport Grond en geloof in Nederland (2025) introduceren de onderzoekers het begrip grondvergetelheid. In kerken wordt vaak gesproken over ‘de schepping’ of ‘de aarde’, maar zelden over de tastbare bodem: de grond die voedsel voortbrengt, of geheel beklinkerd is, en onderwerp is van bezit, pacht en beheer. “We leven elke dag op de grond”, aldus Steyn, “maar we staan nauwelijks stil bij de relaties die daarin meespelen, tussen mensen, met eerdere en toekomstige generaties, en met alles wat in en op de grond leeft.”

Het rapport toont drie samenhangende thema’s: grondbezit, grondrelaties en grondtaal. Historisch onderzoek laat zien hoe bepalend grondbezit eeuwenlang was voor het functioneren van kerken. Tegelijkertijd ervaren kerkrentmeesters en diakenen vandaag onzekerheid over hun verantwoordelijkheid. “Ze worstelen met de vraag hoe zij verantwoord met grond omgaan”, zegt Steyn, “en theologisch blijkt er vaak verlegenheid om daar woorden aan te geven.”
Rentmeesterschap opnieuw doordacht
Een centraal begrip in die zoektocht is rentmeesterschap. Het wordt breed gebruikt, maar zeer verschillend ingevuld. Soms roept het weerstand op, soms biedt het juist houvast. Steyn: “Het gaat ons niet om één juiste definitie. Het gaat erom dat mensen het gesprek voeren over wat hun geloof betekent voor concrete keuzes rond grond.” Die gesprekken vinden plaats in lokale gemeenten en in ontmoetingen met boeren, kerkleiders en andere betrokkenen. De perspectieven lopen uiteen, maar juist dat blijkt vruchtbaar. “Grond is in eerste instantie ‘onverdacht’”, zegt Steyn. “Iedereen leeft ervan. Dat maakt het tot een goed startpunt voor een gesprek, ook als je het verder niet met elkaar eens bent.”
Op weg naar een gidsende fase
Het project loopt tot 2028. In de komende jaren verschuift de focus naar een zogenoemde gidsende fase, waarin theologische handvatten worden ontwikkeld die christenen en geloofsgemeenschappen helpen om in spreken en handelen bewuster en zorgvuldiger met grond om te gaan. “We willen mensen helpen om geloof niet alleen te denken, maar ook te belichamen”, zegt Steyn, “met hoofd, hart en handen, op deze aarde.”
Fonds Kerk en Wereld ondersteunt het project Grond omdat het bijdraagt aan de verbinding tussen geloof en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Door grond als gedeeld en verbindend uitgangspunt te nemen, stimuleert het project gesprekken die verder reiken dan standpunten alleen.